Veilig werken

Wat wordt het nieuwe stelsel voor gezond en veilig werken?

De Sociaal Economische Raad heeft in december 2012 een advies uitgebracht over duurzame en productieve inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Preventie is daarvoor cruciaal: voorkomen moet worden dat mensen door hun werk en/of arbeidsomstandigheden gezondheidsschade oplopen en daardoor – al dan niet tijdelijk – uitvallen. Preventie loont, zowel voor de werkgever en de werkende
als voor de samenleving als geheel.

De SER richt zich in het advies “Stelsel voor gezond en veilig werken van december 2012 op een aantal vraagstukken op het terrein van gezond en veilig werken die naar zijn oordeel bijzondere aandacht behoeven. Tevens wil hij met het advies het sociaal-economische belang van een effectief stelsel voor gezond en veilig werken onderstrepen.

Het advies is een reactie op de adviesaanvraag van de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid – van 20 april 2012 – over de kabinetsvisie op het stelsel voor gezond en veilig werken. Hieronder treft u de samenvatting van dit rapport aan.

Duidelijke en concrete doelvoorschriften

Wat de wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden betreft, pleit de SER voor begrijpelijke formuleringen. Hij acht het gewenst dat het kabinet voortgaat met het ontwikkelen van doelvoorschriften, te weten wettelijke normen voor gezond en veilig werken waaraan bedrijven zich moeten houden, in combinatie met het verminderen van middelvoorschriften (hoofdstuk 3). De middelen en methoden om aan die doelvoorschriften te voldoen, leggen sociale partners vast in arbocatalogi. De toetsing van deze arbocatalogi door de Inspectie SZW moet volgens de SER meer eenduidig plaatsvinden.

De SER is er voorstander van dat het kabinet het Nederlandse model van arboregel-geving met wettelijke doelvoorschriften en door middelen die door sociale partners zijn geformuleerd (vastgelegd in arbocatalogi), uitdraagt in de EU. Daarmee kan worden toegewerkt naar een Europees gelijk niveau van wetgeving. Meer specifiek spreekt de SER zich uit over het beleid ten aanzien van zogeheten grenswaarden (paragraaf 3.2 en 3.3). Grenswaarden concretiseren het beschermingsniveau van doelvoorschriften in de vorm van een norm of een getalswaarde.

De SER maakt bij zijn aanbevelingen onderscheid naar grenswaarden voor gevaarlijke stoffen en grenswaarden voor niet-stoffen gerelateerde risico’s.

Digitale RI&E

Volgens de Arbowet moeten werkgevers een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) opstellen. Deze vormt de basis voor het arbeidsomstandighedenbeleid binnen een bedrijf. Het blijkt echter dat met name kleinere bedrijven achterblijven bij het maken van een (schriftelijke) RI&E.

De SER onderstreept het belang van een RI&E als startpunt voor het verbeteren van de veiligheid in het werk. Volgens de SER maakt een digitale RI&E het vooral voor kleinere bedrijven makkelijker om een RI&E op te stellen en te gebruiken. De manier waarop aan de RI&E in de metaalbranche succesvol vorm is gegeven, verdient brede toepassing in de Nederlandse bedrijven.

Knelpunten bedrijfsgezondheidszorg

Uit onderzoek blijkt dat er sprake is van knelpunten in de bedrijfsgezondheidszorg. Deze hebben met name betrekking op de positie van de bedrijfsarts. Onder meer blijkt dat preventie er vaak bij inschiet. De SER doet ondermeer aanbevelingen ten aanzien van de bedrijfsgezondheidszorg op de korte en de langere termijn.

Voor de korte termijn wijst de SER op instrumenten waarmee werkgevers en werknemers zelf werk kunnen maken van preventie.

Ten aanzien van de bedrijfsarts acht hij het van groot belang dat de bedrijfsarts de privacy van de werknemer in acht neemt en dat de bedrijfsarts onafhankelijk optreedt. Ook doet de SER aanbevelingen voor verbetering van de toegankelijkheid van de bedrijfsarts voor alle werkenden en het vergroten van zijn deskundigheid (met specifieke kennis van de branche waarin hij werkzaam is). De SER acht het verder noodzakelijk dat er een oplossing komt voor het groeiende tekort aan bedrijfsartsen.

Verder benadrukt de SER het belang van een betere samenwerking met de reguliere zorg. De SER formuleert een aantal uitgangspunten voor de bedrijfsgezondheidszorg op langere termijn, waarin wordt bepleit dat het kabinet deze complexe materie verder verkent en is graag bereid zich hierover in een vervolgadvies nader uit te spreken.

Melding beroepsziekten

Melding en registratie van beroepsziekten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan preventiebeleid. De SER constateert dat de (wettelijke) meldingsplicht door bedrijfsartsen onvoldoende wordt nageleefd. Daarom moet op niet-naleving volgens de SER sancties worden gesteld. Verder acht hij het gewenst de onderrapportage mee te nemen in het bepleite onderzoek naar de bedrijfsgezondheidszorg op langere termijn.

Verhaal gezondheidsschade

De SER gaat in op het verhalen van werkgerelateerde gezondheidsschade en knelpunten die daarbij optreden. De SER ziet op korte termijn mogelijkheden tot verbetering via de behandeling van schadeclaims door gespecialiseerde rechters. Voor de langere termijn kunnen ook verdergaande mogelijkheden in beeld komen, zoals de nader te onderzoeken optie van een directe verzekering waarbij de werknemer zich met een claim rechtstreeks tot de verzekeraar van een bedrijf kan wenden.

Toezicht en handhaving

De SER acht toezicht en handhaving essentieel: het arbostelsel kan niet goed functioneren zonder adequaat toezicht en handhaving. Hij heeft zorg over de huidige beperkte omvang van de Inspectie SZW. De SER pleit voor voldoende Inspectiedruk en deskundigheid bij de Inspectie SZW.

Download hier het volledige rapport of neem contact op met ons